HappyHier

Meten is weten. Met dat credo startte de Universiteit van Wageningen een paar weken geleden hun onderzoek ‘HappyHier’ naar de invloed van leefomgeving op geluk. Dit grootschalige project dat in de media uitgebreid aan bod kwam, moet leiden tot een betere besluitvorming over ingrepen in de leefomgeving. Deze gaan volgens de initiatiefnemers te veel over goed te kwantificeren overwegingen zoals werkgelegenheid en kosten, maar zouden door meer kennis over geluk kwalitatiever kunnen worden. Proefpersoon word je door de app te downloaden die je locatie bijhoudt via GPS en tot vier keer per dag vragen stelt over wat je doet en hoe je je voelt.

Een mooi streven, ook wij geloven dat leefomgeving van grote invloed is op subjective well-being, de mate waarin iemand zijn leven als geheel als prettig ervaart. Zoals psychologe Sonja Lyubomirski schreef, is, wanneer aan de basisbehoeften als voedsel en onderdak is voldaan, zo’n 50% van de geluksverschillen tussen individuen te herleiden tot niet-genetische factoren, zoals de omstandigheden waarin je verkeert (10%) en de activiteiten die je onderneemt (40%). Wat ons betreft zijn deze twee niet uit elkaar te houden aangezien je omgeving, studie, werk en de mensen om je heen en wat je doet elkaar altijd wederzijds beïnvloeden. De kunst van positive design is dan ook om dit grotere plaatje te zien en verder te ontwerpen dan ‘mooi’ en ‘fijn’, om mensen te helpen bij het leiden van een leven met plezier, persoonlijke betekenis en het gevoel het goede te doen voor de wereld.

Tien dagen geleden zette ik de app op mijn telefoon om te kijken hoe het werkt en een bijdrage te leveren aan de algemene gelukswetenschap. Maar hoezeer ik ook wil dat dit onderzoek betekenis heeft en de gemeentelijke en landelijke politiek kan overtuigen, toch begon er al snel wat te knagen. Volle treinen in de ochtendspits, waarin je na een sprint met zware tassen op tien vierkante centimeter moet balanceren tussen de chagrijnige koppen, zijn niet bevorderlijk voor mijn geluk, maar, had de app gezien, gaan wel door de weilanden. Vandaar dat de overzichtsfunctie ‘mijn geluk’ al snel aangaf dat zowel ‘voertuig’ als ‘groen en water’ niet mijn ding zijn. Ook de binnenstad van Delft, waar ik vaak gestrest doorheen fiets omdat het de chaotische maar wel kortere route is naar de universiteit, is zo’n ‘ongeluksplek’. Er wordt wel gevraagd naar de activiteit, maar als feestje en facebook allebei bij sociaal horen, en HEMA en een nachtclub allebei bij uitgaan, hoe precies is dan zo’n meting?

‘Als begin mei blijkt dat Brabanders gelukkiger zijn dan Amsterdammers, betekent dat waarschijnlijk dat PSV kampioen is geworden’, stelt de website, ‘maar als dat eind mei nog steeds zo is, heeft het Brabantse land iets dat de hoofdstad niet biedt.’ Dit lijkt me wat kort door de bocht – wat voor plek is het ‘Brabantse land’, wie wonen daar in wat voor omstandigheden en waarom? ‘Klopt het dat werken gelukkig maakt?’, is één van de andere vragen waarop het onderzoek antwoord wil geven. Ook dit antwoord lijkt me gelaagder dan wat de vraag doet vermoeden; tijdens het werken ontbreekt vaak zowel discomfort als ‘geweldigheid’ (cijfer 7?). Toch geeft kennis en werk mijn leven diepgang, een persoonlijk doel, en opent het vele wegen in een wereld waar alles van elkaar afhankelijk is. En wat doen we met iets als afwisseling? Als ik thuiskom en gelukkig ben, moet ik dan nooit meer naar buiten gaan?

HappyHier-plaatje2

De eerste keer dat mijn humeur direct werd beïnvloed door architectuur sinds de happy-app, was in de Universiteitsbibliotheek van de TU Delft, de welbekende kegel. Alhoewel sommige delen van het gebouw best fijn zijn, weet ik nog goed dat ik me bedacht dat deze grappige vorm van buiten van binnen moet leiden tot werkplekken zonder daglicht of uitzicht en een betonnen wand die letterlijk op je afkomt. Dit in combinatie met het kabaal van de trappen en de harde galm die ontstaat, maakte dat ik een half uur rondliep op zoek naar een betere plek en vervolgens na het een kwartier te hebben geprobeerd in lawaaierige kegel, chagrijnig mijn biezen pakte.

‘Hoe voel je je?’, vroeg de app buiten. Mooie timing, ik voelde me een 3. Ik was op werk/school, tot nu toe makkelijk. ‘Vindt u dat meestal een leuke bezigheid?’ Wat, wanhopig rondlopen met drie tassen en binnensmonds schelden? (Ik hoorde de gelukstip al komen; nu u heeft ontdekt welke activiteit u ongelukkig maakt, kunt u uw levensstijl hierop aanpassen!) Of het werk dat er nu niet van was gekomen? Moeilijk te zeggen of ‘werk’ ‘meestal’ ‘leuk’ is. Wat betekent dat überhaupt? Deed ik die activiteit alleen, met vrienden of met vreemden? Er was geen probleem geweest als ik echt alleen was geweest en het gebouw niet gonsde van het geluid. ‘Met onbekenden’, vulde ik dus maar in. Ik vrees voor de conclusie, ben ik een vreemdelingenhater? ‘Einde van de vragenlijst! Bedankt voor het invullen!’

Op de weg terug kwam ik langs een Chinees stelletje op leeftijd. Ze leken verdwaald en keken met een vel papier in hun handen verward om zich heen. Toen ik stopte, lieten ze me een print zien van Vermeer, Zicht op Delft, en maakten een vragend gebaar. “Ah”, riep ik, “Yes, this is it”, een stukje teruglopend en wijzend naar de overkant van het water. Breed lachend begonnen ze te kijken en foto’s te maken. Eigenlijk was ik het helemaal vergeten; dat dit de plek was waar honderden jaren geleden Vermeer zijn beroemde werk schilderde. Dat mensen van over de hele wereld hier kijken naar het Hollandse licht en het zwarte water, die nog precies hetzelfde zijn. Het kleine printje zette alles in perspectief – ineens waren we deel van de stad en de veel grotere geschiedenis en betekenis die daar omheen ligt, in plaats rond te hollen en erover te oordelen. Samen staarden we nog een tijdje naar de overkant, naar de witte schimmel die sinds de jaren ’70 aan de stadsrand groeit. Het maakte niet uit. Onze dag was goed.

Is het de leefomgeving of de app zelf die uw humeur het meest beïnvloedt? Test het zelf hier.

door: Stella